Stikstofbemestingsrichtlijnen Granen

In Tabel 2.1 staan de N-bemestingsrichtlijnen voor diverse graangewassen weergegeven.

Klik op de tabel om deze te vergroten.

tabel 2.1.jpg

Opmerkingen bij Tabel 2.1

1. Bemonsteringsdiepte
  • Zomergranen: 0-60 cm
  • Wintergranen: 0-100 cm
2. Eerste gift
  • In geval van zeer lage Nmin-voorraden in het voorjaar kan de berekende adviesgift volgens de Nmin-formule hoger zijn dan de maximale gift. In dat geval blijft bij wintertarwe de tweede (maximale) gift gehandhaafd. Bij de overige granen kan het verschil bij de tweede (maximale) gift worden opgeteld.
  • In geval van zeer hoge Nmin-voorraden in het voorjaar wordt voor wintertarwe, wintergerst en triticale een minimumgift van 30 kg N/ha geadviseerd (als de berekende gift volgens de Nmin-formule lager is dan 30). Voor wintertarwe op löss geldt een minimumgift van 20 kg N/ha.

3. Tweede gift

  • Tijdstip 2e gift: 1-2 knopen (DC 31-32) m.u.v. wintergerst-löss 3-knopen (DC 33).
  • De hoogte van de 2e N-gift bij wintertarwe geldt voor opbrengstniveaus van ≥11 ton/ha op klei- en lössgrond respectievelijk 9,5 ton/ha op zandgrond. Voor een lagere verwachte opbrengst dan 11 ton/ha op klei/löss dan wel 9,5 ton/ha op zand kan de 2e N-gift worden verlaagd met 20 kg N/ha per ton korrelopbrengst.
  • Als de Nmin-voorraad in het voorjaar zo hoog is dat de berekende 1e gift volgens de Nmin-formule lager is dan 30 kg (wintertarwe, wintergerst en triticale) dan wel lager is dan nul (wintergerst op löss, rogge, zomertarwe en haver), dan moet de 2e gift worden berekend volgens de onderstaande Nmin-formules. Hierbij moet worden uitgegaan van de Nmin-voorraad die voorafgaand aan de 1e gift is vastgesteld.
Wintertarwe 200-Nmin
Wintergerst 150-Nmin
wintergerst löss 160-Nmin
rogge en triticale 170-Nmin
zomertarwe 170-Nmin
haver 130-Nmin

  • Er wordt een minimale 2e gift van 20 kg N/ha geadviseerd (als de berekende gift volgens bovenstaande Nmin-formules lager is dan 20).
4. Derde gift
  • Tijdstip 3e gift: in het vlagbladstadium (DC 41-45).
5. Aanpassing N-gift aan groeiomstandigheden
  • Slechte structuur: eerste gift met circa 10 kg N/ha verhogen. Schraal gewas: blijft het gewas na een eerste gift (of ondanks een voldoende voorraad in het profiel) te schraal, dan een tussengift van circa 30 kg N/ha geven en de tweede gift volgens advies toedienen.
  • Hoge opbrengst: als voor zomertarwe bij een goede gewasontwikkeling in het voorjaar en gunstige groeiomstandigheden een opbrengst hoger dan 9 ton/ha wordt verwacht, kan een extra bemesting van 25-30 kg N per ha zinvol zijn. Deze kan worden toegediend als 3e gift.

6. Voor de N-nawerking van groenbemesters en oogstresten wordt verwezen naar de pagina N-korting na onderwerken groenbemesters en oogstresten.