Magnesium

Het magnesiumgehalte van de grond wordt uitgedrukt in mg Mg/kg grond op basis van extractie met 0,01 M CaCl2. Voor de extractiemethode klik hier.

De vermelde adviezen hebben betrekking op MgO toegediend in de vorm van MgSO4 of MgO uit dierlijke mest. De werking van MgO toegediend in de vorm van MgCO3 wordt bij najaarstoediening op 50% van de werking van MgSO4 gesteld en bij voorjaarstoediening op 25% van de werking van MgSO4. MgCO3 heeft een langere nawerking dan MgSO4.

Magnesiumgebrek komt in hoofdzaak voor op zandgronden met weinig organische stof en een lage pH, maar het kan ook op zeeklei (onder andere in aardappelen) voorkomen. Een ruime kalivoorziening draagt bij aan het optreden van Mg-gebrek. Aardappelen zijn gevoeliger voor Mg-gebrek dan bieten en granen. Aardappelrassen kunnen echter onderling sterk verschillen in gevoeligheid.

Dekzand, dalgrond en löss

Op dekzand, dalgrond en löss is een advies op basis van grondonderzoek beschikbaar. De waardering en bijbehorende adviesgiften staan vermeld in Tabel 6.1.
Als streefgetal geldt: 45 mg Mg/kg grond (op basis van extractie met CaCl2).
Afhankelijk van de Mg-toestand van de grond wordt geadviseerd jaarlijks of eenmaal in de twee tot vier jaar een bemesting met een bodemmeststof uit te voeren. Ook de in dierlijke mest aanwezige Mg kan bij bemesting worden meegeteld (klik hier voor gehaltes). Als desondanks toch nog gebreksverschijnselen voorkomen, wordt geadviseerd een bespuiting met een Mg-bladmeststof uit te voeren.

Klik op de tabel om deze te vergroten

Tabel 6.1.jpg

Opmerking bij tabel 6.1

  1. Voor bepaling van het volumegewicht van de grond klik hier.
  2. Als het magnesiumgehalte van de grond is gemeten op basis van extractie met 0,5 N NaCl (MgO-NaCl), kan dit worden omgerekend naar Mg-CaCl2 met de formule:
    Mg-CaCl2 (mg Mg/kg) = [ MgO-NaCl (mg MgO/kg) + 6,8 ] / 1,987

Kleigrond en zeezand

Voor kleigronden en zeezand  is geen magnesiumadvies op basis van grondonderzoek gevalideerd. Echter de grens tussen klei en zand is niet altijd scherp, bijvoorbeeld op overgangsgronden tussen dekzand en klei. Beneden 35 mg Mg/kg grond neemt met name op lichtere, kalkrijke kleigronden de kans op gebrekverschijnselen toe. Bij twijfel kan het advies voor dekzand worden gehanteerd.

Gebrekverschijnselen kunnen op kleigrond en zeezand het beste worden bestreden door een bespuiting met magnesiumbladmeststoffen. Is de ervaring dat gebreksverschijnselen niet heel vaak voorkomen, wacht dan eerst de verschijnselen af en voer pas dan een bespuiting uit met een Mg-bladmeststof. Voor percelen waarop regelmatig Mg-gebrek in het gewas wordt waargenomen, luidt het advies om in het voorjaar een bodemmeststof (zoals kieseriet) te strooien of één of meerdere keren met een magnesiumbladmeststof te spuiten. De hoeveelheid magnesium die men bij gebrek moet toedienen kan per product verschillen en staat vermeld op de etiketten van de betreffende producten.

Gewasanalyse

In geval van twijfel over de gebreksverschijnselen kan men een gewasonderzoek laten uitvoeren door een erkend laboratorium. Als het gehalte in het gewas lager is dan het kritische gehalte, is het advies om te bemesten. Er zijn echter geen algemeen geldende richtlijnen voor de wijze van bemonstering (gewasstadium, te nemen plantendeel enz.), de analysemethode en het kritisch gehalte per gewas. Informeer hiernaar vooraf bij het laboratorium.
Suikerbieten en cichorei vormen een uitzondering. Van deze gewassen is op basis van bladanalyses bekend beneden welk gehalte de kans op magnesiumgebrek groot is. Er is een grote kans op magnesiumgebrek bij een gehalte lager dan:

  • 250 mg per 100 gram droge stof voor suikerbieten
  • 150 mg per 100 gram droge stof voor cichorei

Het betreffen gehalten in de droge stof van de jongst volgroeide bladeren. Gehalten op droge stof zijn doorgaans in de loop van het groeiseizoen constanter dan op vers gewicht. Dit geldt ook voor bemonstering van jongst volgroeide bladeren; dit zijn bladeren met een min of meer gelijke fysiologische leeftijd.