Uitleg kalibemestingsadvies

Evenals bij fosfaat hangt de omvang van de kalibemesting af van de kalitoestand van de bodem en de gewasbehoefte. Het kali-gehalte van de grond wordt uitgedrukt m.b.v. de K-HCl (mg K2O/100 g grond). In Bijlage II staat de extractiemethode vermeld. Op zand-, dal-, veen- en kleigrond wordt de K-HCl omgerekend tot een kali-getal (voor omrekening K-HCl in kaligetal zie Tabel 4.1). Op löss wordt geadviseerd op basis van K-HCl. Dit is in de intensieve vollegrondsgroententeelt ook het geval voor rivierklei. Evenals bij fosfaat is ook bij kali het vollegrondsgroentenadvies geïntegreerd in het akkerbouwadvies. Tussen haakjes staat het jaar vermeld waarin een advies officieel is vastgesteld door de Cie Bemesting.

Het advies bestaat uit een gewasgericht advies voor het behalen van een economisch optimale opbrengst en uit een bodemgericht advies voor handhaving van de streeftoestand van de bodem en eventuele reparatie daarvan. Beide adviezen worden in de volgende paragrafen toegelicht.

De twee adviezen leiden doorgaans tot verschillende uitkomsten. Er moet worden voldaan aan beide adviezen. Het gewasadvies geldt voor het specifieke gewas dat op dat moment wordt geteeld. Bij het bodemadvies gaat het erom dat er op rotatieniveau aan wordt voldaan. Hier is een rekenvoorbeeld gegeven. Veelal is het bodemadvies hoger dan het gewasadvies en moet er meer kali worden gegeven dan volgens het gewasadvies. De kaligift wordt dan zo verdeeld over de gewassen in de rotatie dat elk gewas minimaal het gewasadvies krijgt. De extra kali kan worden toegediend aan de gewassen met de hoogste kalibehoefte of hoogste onttrekking.

Klik op de tabel om deze te vergroten

tabel 4.1