Gewasgericht advies

In Tabel 4.5 t/m 4.8 worden de kaligiften vermeld die nodig zijn om gegeven de kalitoestand de economisch optimale opbrengst te bereiken. De gewassen zijn ingedeeld in gewasgroepen. De indeling staat onder de adviestabellen vermeld.

Bij de uiteindelijke bemesting gaat het erom dat aan zowel het bodem- als het gewasgerichte advies wordt voldaan. Neem daartoe de volgende stappen:

  1. Bepaal het gewasgerichte advies van de afzonderlijke gewassen in de gewasrotatie op het perceel en bereken vervolgens hoeveel kali bij opvolging van het advies op rotatieniveau wordt aangevoerd.
  2. Indien de aanvoer op rotatieniveau volgens het gewasgerichte advies lager is dan volgens het bodemgerichte advies (dat geldt op rotatieniveau), dient laatstgenoemde te worden gevolgd. De extra kali (bovenop het gewasgerichte advies) kan dan het beste aan de meest kalibehoeftige gewassen binnen de rotatie worden gegeven.

Klik op de tabel voor een vergroting

tabel 4.5.jpg

Opmerkingen bij Tabel 4.5

  1. Pootaardappelen kunnen zwaarder met kali worden bemest dan consumptieaardappelen.
  2. Stoppelknollen na granen met circa 80 kg K2O/ha bemesten.
  3. Bij voeder- en suikerbieten naast de adviesgift kali nog 200 kg Na2O/ha toedienen.
  4. De bepaling van het kaligetal is op zandgrond slechts voor 1 à 2 jaar geldig omdat het kaligetal hier betrekkelijk snel kan veranderen. Zijn er geen nieuwe gegevens van grondonderzoek beschikbaar dan kan men het beste uitgaan van het advies behorend bij K-getal 11 (streefwaarde).
  5. De geadviseerde gift voor kunstweide is bedoeld voor twee maaisneden. Wordt meer of minder gemaaid dan deze gift met 80 kg K2O/ha/snede vermeerderen of verminderen.
  6. Fabrieksaardappelen niet meer kali dan volgens advies geven.
  7. Het advies voor luzerne is gebaseerd op een opbrengst van 12,5 ton droge stof per ha. Indien de opbrengst aanmerkelijk hoger is, kan 80 kg K2O per ha extra worden gegeven.

Klik op de tabellen voor een vergroting

tabel 4.6.jpg
tabel 4.7.jpg
tabel 4.8.jpg

Opmerkingen bij Tabel 4.6, 4.7 en 4.8

  1. Voor beperking van de kans op blauw wordt geadviseerd om een groot deel van de hoeveelheid kali in een bouwplan aan de aardappelen te geven. Hierbij is het aan te bevelen een deel van de kali in de late winter of vroege voorjaar toe te dienen. Alleen wanneer het derde gewas na aardappelen een sterk kalibehoeftig gewas is (bijvoorbeeld uien of spinazie) moet dit gewas ook worden bemest. Op kalifixerende gronden is het eveneens gewenst een groot deel van de kali aan de aardappelen te geven, maar de andere gewassen dienen op deze gronden ook nog enige kali te ontvangen.
  2. De geadviseerde gift voor kunstweide is bedoeld voor twee maaisneden. Wordt meer of minder gemaaid dan moet deze gift met 80 kg K2O/ha/snede worden vermeerderd of verminderd.
  3. Pootaardappelen kunnen zwaarder met kali worden bemest dan consumptieaardappelen.
  4. Het advies voor luzerne is gebaseerd op een opbrengst van 12,5 ton droge stof per ha. Indien de opbrengst aanmerkelijk hoger is, kan 80 kg K2O per ha extra worden gegeven.