Bodemgericht advies

De waardering van de kalitoestand van de bouwvoor is afhankelijk van de grondsoort (Tabel 4.2). Bij het bodemgerichte advies wordt gestreefd naar de toestand voldoende. Op veeljarige proefvelden is gevonden dat op klei en löss de kalitoestand van de grond invloed heeft op de opbrengst en de kwaliteit van met name aardappelen. In Tabel 4.3 zijn de streefwaarden vermeld voor de kalitoestand waarboven dit effect niet meer optreedt. Op zandgrond heeft de kalitoestand geen duidelijke invloed op de opbrengst van aardappelen. Om te voorkomen dat in extreme jaren de kalivoorziening geheel afhangt van een verse bemesting, wordt ook op deze gronden gestreefd naar een bepaald kalitoestand (Tabel 4.3). Naast streefwaarden zijn ook trajecten genoemd waarbinnen wordt geadviseerd de toestand te handhaven (Tabel 4.3).

Hoeveel kali nodig is om een bepaalde streefwaarde te bereiken, kan worden berekend met behulp van de formules in Tabel 4.4. Voor het handhaven van de streeftoestand moet gemiddeld over het bouwplan minstens de onttrekking plus onvermijdbare verliezen worden gegeven. Door de opbrengst van de verschillende gewassen te vermenigvuldigen met een gemiddeld kaligehalte kan de gemiddelde afvoer worden geschat. Bij een gemiddeld akkerbouwbouwplan kan worden gerekend met een afvoer van circa 150 kg K2O/ha/jaar. Door de grote diversiteit aan gewassen op groentenbedrijven kan moeilijk een gemiddelde afvoer worden gegeven. Voor de onvermijdbare verliezen kan worden uitgegaan van 0 en 50 kg K2O/ha/jaar op resp. klei- en zandgrond.

Klik op de tabellen voor een vergroting

tabel 4.2 en 4.3.jpg
tabel 4.4.jpg