Optimalisering fosfaatbemesting

Met name bij een fosfaattoestand onder Pw 35-40 kan in een bouwplan met een hoog aandeel fosfaatbehoeftige gewassen (aardappelen, groenten) niet altijd volgens het fosfaatbemestingsadvies worden bemest. Een efficiënte fosfaattoediening is dan van groot belang. In dit hoofdstuk worden hiervoor een aantal aandachtspunten gegeven.

1. Verdeling fosfaatruimte over gewassen en percelen

Probeer het beschikbare fosfaat zo veel mogelijk toe te dienen voorafgaand aan fosfaatbehoeftige gewassen en op percelen met een lage fosfaattoestand. Fosfaat wordt voor een belangrijk deel via dierlijke mest gegeven. Op kleigrond wordt dierlijke mest vaak in wintertarwe toegediend. Dit gewas heeft het fosfaat echter niet nodig. Met name bij Pw’s onder de 35-40 is het fosfaat dan meer nodig bij gewassen als aardappelen. Probeer in die situatie de mest toch zo veel mogelijk voorafgaand aan de aardappelen en andere fosfaatbehoeftige gewassen toe te dienen.

Maak eventueel gebruik van mestscheidingsproducten, bijvoorbeeld toepassing van dikke fractie na de winter vóór aardappel en dunne fractie (als NK-meststof) in wintertarwe.

2. Tijdstip van bemesting

Voor een goede fosfaatwerking heeft toediening van de fosfaatmeststof in de winter of het voorjaar, vóór de voorjaarsgrondbewerking, de voorkeur boven toediening in de herfst. Bij suikerbieten geldt dit alleen voor percelen met een lage fosfaattoestand (Pw lager dan het streefgetal).

3. Fosfaatrijenbemesting

Plaatsing van fosfaat door rijenbemesting verhoogt bij een aantal fosfaatbehoeftige gewassen de benutting door het gewas van het toegediende fosfaat aanmerkelijk. Daardoor kan met een 25-50% lagere fosfaatgift worden volstaan zonder opbrengstderving. Bij de gewassen waarbij afdoende goed via onderzoek is vastgesteld dat een besparing mogelijk is, is dit weergeven onder Gewasgericht advies bij rijenbemesting.

4. Bodemstructuur en pH

Door de geringe mobiliteit van fosfaat in de bodem is een ongestoorde wortelgroei van groot belang voor een voldoende fosfaatopname. Een goede bodemstructuur en een voldoende hoge pH zijn hiervoor van groot belang. Denk hierbij aan een tijdige bekalking en probeer daar waar mogelijk groenbemesters te telen of extra organische stof via gewasresten achter te laten, bijvoorbeeld door stro onder te werken.

5. Vochtvoorziening

Zorg voor een goede vochtvoorziening van het gewas; beregen op tijd. De vochtvoorziening heeft directe invloed op de productie, maar beïnvloedt ook de nutriëntenbenutting. In een droge bodem zijn nutriënten en met name fosfaat moeilijker opneembaar voor het gewas.