Effecten bemesting en bodemleven

Bemesting voedt het bodemleven, maar kan het ook aantasten.

Het bodemleven speelt een rol bij de afbraak van organische stof (decompositie), de opbouw van stabiele organische stof (humificatie), het vrijmaken van voedingsstoffen uit organische stof (mineralisatie) en bij de opbouw van bodemstructuur. Bodemleven bestaat onder andere uit microflora (zoals bacteriën en schimmels) en fauna (zoals aaltjes, mijten en wormen).

Voeden van het bodemleven

Het bodemleven moet gevoed worden met organisch materiaal zoals mest, compost of gewasresten.Naast een voldoende hoge bodemtemperatuur en voldoende vocht zijn voor de activiteit van het bodemleven ook nutriënten nodig. Het gebruik van minerale meststoffen heeft in het algemeen een positief effect heeft op het aantal regenwormen en potwormen, via een stimulerend effect op de gewasgroei en daardoor op de hoeveelheid organisch materiaal dat dient als voedsel voor het bodemleven.

Bij een beperkte beschikbaarheid van nutriënten kunnen omzettingsprocessen geremd worden. Bijvoorbeeld de afbraak van stro. Stro bevat veel koolstof ten opzicht van stikstof. Om een goede afbraak van het stro door micro-organismen mogelijk te maken is stikstof uit de omgeving nodig. De omzetting van stro leidt dan tot een tijdelijke vastlegging (=immobilisatie) van de stikstof.

Verzouting

Zowel dierlijke- als kunstmeststoffen verhogen het zoutgehalte in de bodem waardoor direct na toediening microbiële omzettingsprocessen in de bodem tijdelijk worden geremd. Veel kunstmestsoorten zijn zo zout dat ze een flink deel van het bodemleven doden, waardoor minder voedingstoffen via natuurlijke afbraak beschikbaar komen.

Bijvoorbeeld bij een rijenbemesting met ammoniumhoudende meststoffen zoals zwavelzure ammoniak wordt het microbiële nitrificatieproces tijdelijk geremd, blijft de stikstof langer in de ammoniumvorm aanwezig, waardoor het minder gemakkelijk uitspoelt als nitraat. Deze remming duurt enkele weken.

Verzuring

Bij langdurig gebruik van verzurende meststoffen zonder aangepaste bekalking kan de zuurgraad van de bodem dalen tot een niveau wat schadelijk is voor regenwormen. Ammoniumhoudende meststoffen werken in het algemeen verzurend. Dit kan leiden tot een remming van het nitrificatieproces. De optimale pH voor de activiteit van bodemleven ligt rond 6-7.

Kalkstikstof (cyanamide) werkt tevens als onkruid bestrijdingsmiddel en heeft een aaltjesdodende werking. Deze meststof is bijzonder schadelijk voor het bodemleven.

Voor meer informatie: